Theatermaggezien.net ® 25 April 2009
Een tarantella in technobeat.
Mimeopleiding Amsterdam en Lotte van den Berg, Spaar ze

Een meisje komt naar voren, in een blauwpaarse jurk. Ze neemt de microfoon, en kondigt aan dat ze een tekst gaat lezen. In het Duits. Het gaat over jij, ik, wij. We lijken op elkaar, waar houd jij op, waar begin ik? Ze herhaalt de tekst. Een tekst van iemand die op zoek is naar de wereld, naar de anderen, en vooral op zoek naar zichzelf. Wat puberaal en naïef klinkt het, maar oprecht. Uit het hart. Eerlijk. En dat is ook het vervolg van de hele voorstelling.

Ze eindigt met 'wir tanzen', en dan klinken er keiharde bastonen. Een beat die niet te stoppen is. Het meisje beweegt, wat verder een blond meisje in een strak kleedje. Een lang meisje in een losse blauwe jurk beweegt links op het podium. Een klein meisje in een paarse broek, en met een jack en kap over haar hoofd gaat voor de eerste rij van het publiek bewegen. Er komt een jongen in een rode losse trainingsbroek. Tegen de achterwand beweegt een andere jongen. Als hij zich na een tijd omdraait, zien we dat hij met een grote clownsmond geschminkt is.

Acht mensen die dansen, of eerder constant dezelfde bewegingen maken op het ritme van de dreunen. Een beat die zich voortzet, die opzweept, die de mensen op de scène in een hel licht laat rood oplopen, laat zweten. En wij, wij kijken ernaar. Drie kwartier lang kijken wij naar repetitief bewegende mensen, die als het ware in een roes komen. Wij kijken, en vragen ons af hoe die jongeren dat volhouden. Hun benendansen is ongeveer hetzelfde, de bewegingen met de armen verschillen van persoon tot persoon. De ene slaat alleen de rechterarm van boven naar beneden, een ander steekt steeds opnieuw haar beide armen naar boven. In een hoog tempo, zoals de beat aangeeft.

Ze dansen, dansen, tot ze er bij neer vallen. Een tarantella, in een eigentijds technobeat-jasje gestoken. De boze geesten uit je lijf dansen, de demonen eruit zwieren, jezelf ontduivelen. Je lichaam afmatten opdat je geest vrij wordt.

Een persoon gaat even aan de kant, een ander neemt een fles water, soms is er contact: ze botsen, en wat later kussen een jongen en een meisje elkaar. Even maar, even op adem komen, en dan gaan ze er weer tegenaan. Af en toe schreeuwt het meisje nog door de micro: Wir tanzen. Om zichzelf te overtuigen? Om zichzelf wijs te maken dat ze een gemeenschap zijn, een wij vormen? Het geheel straalt een ritueel uit, een bezwering, met beat-mantra's en minimale herhalingen. Extatische roes, sublieme religie van gebondenheid. Dan plots rust, een jongen neemt een gitaar, speelt wat, de andere komen op adem, kijken bewonderend naar hem, als bij een kampvuur van de scouts. Groepsgevoel? Sommigen eten een tomaat, een meisje zegt: ik hou van jullie allemaal. Om daarna in proesten uit te barsten. De groep volgt, ze zingen nog keihard We love you hardcore, om daarna weer in het beatritme rond te springen, om er nog even in op te gaan, om dan uit elkaar te gaan . We hebben onze portie gehad. Het was fijn, goed, 'wir haben getanzt', dat was het dan. Terug naar de leegte van het gewone leven. Of vormde dat dansuur de leegte. Omhulde dat dansuur die leegte ?

Lotte van den Berg (zie archief) heeft deze mensen, deze laatstejaarsstudenten van de mimeopleiding van Amsterdam op hun vraag begeleid. (mime is hier wel heel iets anders dan het oubollige bekken trekken van witte gezichten en gesticulatie van handelingen die je dan moet raden.) Van Lotte van den Berg zijn we 'verstilde' producties gewoon. Producties waarbij in een ruim open veld of op een vloer met duizenden zeepjes zich langzaam dramatische momenten afspelen: indringend traag, drama in stilte. Ook deze voorstelling is ondanks het luide lawaai en het constante dansen, stil. Existentieel stil. Snoerende stilte.

info: o.a. via www.stuk.be
auteur: Tuur Devens

 

 

z

Ik beweeg dus ik ben

Ingediend door avdplas op Woe, 2009-01-28 13:05.

SPAAR ZE alle negen, afstudeerklas 2008 Mimeopleiding Hogeschool voor de Kunsten Amsterdam

De Gouden Zaal van de Beursschouwburg ziet er uit zoals de naam doet vermoeden: gouden wanden bakenen het toneel af, in plaats van het gebruikelijk zwart van de meeste theaterzalen. Het goud blinkt niet, maar laat de grove structuur zien van de bakstenenmuur eronder. Een beetje versleten, lekker no nonsense. Tegen die muren leunen enkele spelers van de afstudeerklas van de mimeopleiding in Amsterdam. Ook zij lijken zich nergens druk om te maken. Hun kleding is eigentijds-sportief met modieuze sportschoenen en idem truitjes. Ze wachten. Anderen komen op met flessen water. Acteurs hebben tegenwoordig vaak dorst tijdens voorstellingen. Het is een van de middelen om het publiek te laten zien dat ze behalve personages óók spelers zijn. Ze spelen weliswaar een rol, maar niet ten koste van alles.

Wir tanzen!

De mimespelers zijn met z'n achten en niet met negen, zoals de titel SPAAR ZE alle negen doet vermoeden. Na de introducerende nonchalante opkomst pakt een van hen de microfoon. Het meisje met donkere krullen heeft een tekst geschreven, vertelt ze aan de zaal, en wil hem graag voorlezen. Het is in het Duits, waarschijnlijk haar moedertaal - die van de actrice, niet die van het personage dat ze zou kunnen zijn. De tekst gaat over identiteit en over het verschil tussen ‘ik' en ‘jij'. Waar eindigt de één en begint de ander? Een goede vraag voor iemand die juist vier jaar lief en leed gedeeld heeft met de klasgenoten die ze na haar afstuderen moet loslaten voor een eigen carrière. Het uitnodigt uit nog eens goed naar haar medespelers te kijken. Het toneel is hun hangplek waar zwijgzaam gehangen wordt in verbondenheid.
De tekst eindigt met een aankondiging: 'liebe Mensen, wir tanzen!' Het volume van de housebeat wordt opgedraaid en er is geen ontsnappen meer aan. Er wordt gedanst op dreunende bassen. Eerst alleen door een blond meisje in de hoek van het podium, dan ook door de rest. Lange tijd gebeurt er niets anders dan dat. Als het ene nummer is afgelopen, begint het volgende. De spelers dansen bijna drie kwartier aan een stuk, of liever gezegd: ze bewegen. Iedereen heeft zijn eigen beweging die telkens opnieuw wordt uitgevoerd. Het zijn abstracte en repetitieve bewegingen die, samen met de snoeiharde muziek, als mantra's fungeren en de spelers in een soort trance brengen. Het is fascinerend om te zien en buiten mijn eigen verwachting om blijf ik geboeid kijken naar de rood aangelopen hoofden en bezwete oksels. Waarom eigenlijk? En wat maakt deze groep springende mensen eigenlijk tot een voorstelling?
De fysieke uitputting die duidelijk zichtbaar is, kan alleen maar van de spelers zelf zijn. Het zijn tenslotte hun lichamen die daar onophoudelijk op en neer gaan. Maar het gebeurt voor het oog van een publiek, dat een ticket gekocht heeft en bereid is te kijken en te wachten op wat gaat komen. Alleen al deze randvoorwaarde zou het tot een voorstelling kunnen maken. Dan ontstaat er na een tijd iets dat zowaar op een mise-en-scène lijkt. In de dansende groep vormt zich plotseling een paar. Ze kussen, hij draait zich weg en danst verder, zij blijft even in gedachten verzonken. Er volgen nog kleine scènetjes, twee spelers zetten zich langs de kant en drinken van het water. Een op het zicht onbenullig dialoogje wordt overstemd door de muziek. Iemand trekt zijn shirt uit en danst verder met ontbloot bovenlijf. De kleine interventies geven persoonlijke identiteit aan de leden van de massa. Er ontstaan verhalen. Er is theater. De vierjarige mimeopleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten is niet voor niets binnen de theateropleiding ondergebracht. De studenten worden opgeleid tot ‘spelers met een sterk fysiek bewustzijn' en geenszins tot mimespelers in de klassieke zin van het woord, noch tot dansers.
Maar SPAAR ZE alle negen afdoen als een voorstelling waar een uurlang ritmisch bewogen wordt op keiharde housemuziek, afgewisseld met korte scènes, doet onrecht aan het concept. Het concept dat zich langzaam openbaart naarmate de voorstelling vordert en er hier en daar iemand kort stilhoudt om op adem te komen. De minimalistische handtekening van regisseuse Lotte van den Berg, die instond voor de eindregie, is voelbaar: De keren dat de spelers elkaar even tegenkomen op de vloer vestigt op den duur vooral aandacht op het feit dat er tussen de interventies door juist géén onderling contact is. 'Wir tanzen', het wordt nog een paar keer wanhopig schreeuwend door het meisje met de microfoon herhaald, maar toch danst iedereen alleen. Een groep van enkel individuen, een van de tekenen des tijds. Niet alleen veel jongeren zijn op zoek, ook volwassenen missen steeds vaker menselijk contact, vriendschap en steun. De voorstelling sluit aan bij de eenentwintigste eeuw waar mensen niet meer vanaf hun geboorte bij een bepaalde kerkgemeenschap of sociale klasse horen. Alles is maakbaar en bespreekbaar, en daardoor soms ongrijpbaar en onhoudbaar.

We love you hardcore

Dan is het stil. Vermoeide lichamen laten zich op de grond vallen. Er worden tomaten gegeten om aan te sterken, een fles water wordt over het hoofd uitgegoten. Een jongen haalt zijn gitaar en speelt een melig liefdeslied. Hij heeft de aandacht van het meisje dat hij eerder kuste. Dan zegt ze: 'Jongens, ik hou zo ontzettend veel van jullie allemaal.' Gegrinnik op het toneel en in de zaal. Ineens gaat de voorstelling niet meer over wereldomvattende beschouwingen over de zoektocht naar identiteit en de wens ergens bij te horen. Met die ene uitspraak gaat het ineens alleen nog over de spelers zelf, over de acht mensen die op het toneel staan. Of liever, over de negen die de voorstelling maakten, als afstudeerproject voor de opleiding waar ze vier jaar lang op elkaar waren aangewezen. Waar ze elkaar nodig hadden, van elkaar hielden en elkaar bij momenten ongetwijfeld ook gehaat hebben. Wie zijn ze voor elkaar geweest en wie zullen ze straks worden? SPAAR ZE alle negen is een afscheid. Nog één keer samen en dan de echte (theater)wereld in, weg uit de beschermende opleidingscocon. Het is niet ondenkbaar dat deze groep samenblijft, maar het ‘wij gevoel' zal hoe dan ook aangetast worden door de realiteit buiten de deuren van de opleiding.
De studenten kozen er zelf voor om Lotte van den Berg te vragen als eindregisseur. Vermoedelijk heeft juist haar bijsturing van hun eigen basismateriaal de voorstelling tot grotere hoogtes gebracht. Het complete concept en de mooie spanningsboog - het werk van een getrainde regisseurshand - vallen des te meer op binnen de context van Bâtard Festival. Veel producties die op het jaarlijkse festival voor jonge makers getoond worden, vertonen een prille kwetsbaarheid. De meeste concepten zijn sterk en de kwaliteit van de beginnende kunstenaar voelbaar, maar vaak loopt de uitvoering er iets op achter. SPAAR ZE alle negen is een af product, een blinkende diamant tussen de nog ongepolijste collega-edelstenen. Er is niets op tegen, want ook de keuze voor de juiste coach, coproducent of werkplaats is een belangrijk onderdeel van het leer- en maakproces. Deze mimeklas heeft, toevallig of niet, de juiste eindregisseur met het juiste materiaal in contact gebracht.
Een kampvuurachtige samenzang luidt het einde in: 'We love you hardcore, we love you hardcore, we love you hardcore, hardcore we love you'. Wat bezielde de spelers om te kiezen voor zo'n afstudeervoorstelling? Het is een gedurfd visitekaartje, want met het oog op de toekomst had men wellicht beter ingezet op individuele kwaliteiten, dan op de enscenering van een collectief gevoel. Of toch niet, want dat ze kunnen spelen, bewijst hopelijk het deze zomer verkregen diploma. De voorstelling bewijst dat de nieuwe lichting mimespelers het lef heeft een statement te maken naar de theaterwereld vol geldingsdrang. Waar er zoveel moet om het te kunnen maken. In SPAAR ZE alle negen moest het vooral over henzelf gaan. En daarmee gaat het over zoveel meer.

Anna van der Plas
Gezien op 25 oktober 2008 tijdens Bâtard Festival in Beursschouwburg, Brussel